GROOTMEESTERS
TAKAMATSU SENSEI

Grootmeester Takamatsu Toshitsugu Sensei's echte voornaam was Hisatsugu maar hij veranderde dit later in Toshitsugu door dezelfde Kanji te gebruiken maar de uitspraak te veranderen. Hij werd geboren op 10 maart 1889 in Akashi en stierf op 2 april 1972. Hij was eveneens gekend onder verschillende andere krijgskunstnamen en bijnamen als: Jutaro, Chosui (Zuiver Water), Uoh (Gevleugelde Heer), Nakimiso (Huil-baby), Kotengu (Kleine Tengu), Moko no Tora (Mongoolse Tijger), Kikaku (Duivel Horens), Yokuoh (Oude In De Lucht Lopende Man), Kotaro (Jonge Tijger), Shojuken, Garakutabujin (Krijgskunstenaar Die Van Tekenen Houdt), Kozan en Kyosha. Zijn postume naam is Junshokakuju Zenjomon. Zijn huis (een motel/thee-herberg) stond net voor de Kashihara Schrijn, in Kashihara City (Nara Prefectuur). Hij had een kat (Jiro) en hield heel veel van schilderen.
Hij was getrouwd met Mrs. Uno Tane die geboren werd op 28 juni 1897 en die stierf op 4 februari 1991. Zij adopteerden een meisje genaamd Yoshiko. Zijn vader (Takamatsu Gishin Yasaburo) had een lucifer-fabriek en kreeg de Dai-Ajari (Meester) titel in Shingon Boeddhisme van de bergpriester Kumano Shugendo. Zijn Dojo was genaamd "Sakushin" (Cultiverende Spirit).
Via zijn grootvader (langs moeders zijde), Toda Shinryuken Masamitsu Sensei, werd hij Grootmeester in Shinden Fudo Ryu Ju-Taijutsu (op 13 jaar), Koto Ryu Koppo-Jutsu, Gyokko Ryu Kosshi-Jutsu, Togakure Ryu Ninpo, Gyokushin Ryu Ninpo en Kumogakure Ryu Ninpo. Via Mizuta Yoshitaro Tadafusa Sensei werd hij Grootmeester in Hontai Takagi Yoshin Ryu Ju-Jutsu (op 17 jaar) en via Ishitani Matsutaro Takakage Sensei werd hij Grootmeester in Kukishin Ryu, Gikan Ryu, Hontai Yoshin Takagi Ryu en ook in Shinden Muso Ryu. Hij was een goede vriend van Jigoro Kano Sensei (Kodokan Judo) en zorgde voor zijn jongere broer. Zij leefden allebei in dezelfde streek. Hij had 9 moeders doorheen zijn ganse leven.
Hij reisde door Korea en Mongolie naar China op 21-jarige leeftijd, onderwees krijgskunsten en had vele gevechten op leven en dood. Hij leerde 18 Koreaanse en Chinese krijgskunsten van Kim Kei-Mei. Hij onderwees krijgskunsten op een Engelse school in China en had meer dan 1000 leerlingen. Hij was bodyguard van de laatste Chinese Keizer Pou-Hi. Hij werd Tendai Boeddhistisch priester in 1919. In 1921 kreeg hij toestemming om de Kukishin-Ryu schriftrollen (+ Amatsu Tatara schriftrollen) van de Kuki familie over te schrijven. Tijdens de 2e Wereldoorlog (1945) werden de originele schriftrollen vernietigd en gingen verloren. In 1949 gaf hij nieuwe schriftrollen aan de Kuki familie die hij herschreven had gebaseerd op zijn kopies en herinneringen.
Hij verloor een oog tijdens een van zijn dodelijke gevechten. Het werd vervangen door een glazen oog. Hij was doof aan een oor ook door een van zijn gevechten. Hij zei dat een Shaolin vechter en een bokser de meest gevaarlijke vijanden waren die hij ooit was tegengekomen. Hij werd begraven op de Kumedra begraafplaats in Nara. Hij schreef artikels voor de Tokyo Times krant. Hij was gekend in Japan als een Grootmeester in Ju-Jutsu en Bojutsu maar vele mensen waren verbaasd bij zijn dood te horen dat hij een echte Ninja Grootmeester (in 9 scholen) was.
Hij onderwees en vormde veel volgende generaties Grootmeesters waaronder: Kimura Masaharu Sensei, Akimoto Fumio Sensei, Sato Kinbei Sensei, Ueno Takashi Sensei, Tanemura Tsunehisa Shoto Sensei, Fukumoto Yoshio Sensei, Hatsumi Yoshiaki Sensei.
